Goedemorgen, deze week een inkijkje in het Speciaal Onderwijs, cluster 3. Ik zal me eerst even voorstellen; mijn naam is Petra ten Brinke, al ruim 15 jaar werkzaam in het SO. (1)
Daarvoor heb ik een paar jaar regulier gewerkt en ik ben een aantal jaren thuis geweest na de geboorte van ons tweede kind. Zij heeft het syndroom van Down. Toen haar jongste zusje naar school ging ben ik weer gaan werken, eerst als onderwijsassistent, (2)
later als leerkracht op Onderwijscentrum de Twijn, in Zwolle. Vorig jaar heb ik mijn Master EN diploma in ontvangst genomen, en ik werk nu ook 1 dag als rekenspecialist op de Twijn. Daarnaast werk ik sinds kort ook bij Cito, als constructeur voor de ZML Rekentoetsen. (3)
Op maandag ben ik vrij, dus ik ga vandaag een en ander vertellen over het SO, Cluster 3. Maar eerst een vraag; waar denk je aan bij Speciaal Onderwijs? (4)
• • •
Missing some Tweet in this thread? You can try to
force a refresh
Vandaag mag ik dan eindelijk voor de klas. Zoals eerder aangegeven werk ik in de Punter, een groep met leerlingen uit leerjaar 4 en 5. Gemiddeld functioneren mijn leerlingen op een iets lager niveau, leerjaar 3 en 4. Twee leerlingen zijn rolstoelgebonden.
Het rooster is ingedeeld per half uur, dit vanwege de therapieën die de leerlingen volgen onder schooltijd. We hebben dus een continue rooster van 8:45 tot 15:00 uur. De pleinwacht is verdeeld volgens een rooster; alle collega’s zijn ongeveer 2x per week aan de beurt.
De Twijn heeft een intensieve samenwerking met revalidatiecentrum de Vogellanden. Therapeuten (ergo, fysio en logo) halen de leerlingen uit de klas voor therapie. Alleen niet tijdens rekenen en spelling, deze vakken zijn afgeblokt en geven we groepsdoorbroken op niveau.
Het is alweer woensdag. Normaal gesproken sta ik dan voor de klas. Maar vanwege de vele volwassenen die rondlopen op de Twijn (behalve leerkrachten en assistenten zijn er ook PGB-ers en therapeuten te vinden) is besloten dat alle klassen 4 dagen fysiek onderwijs geven. (1)
Er zijn dus dagelijks meerdere klassen afwezig. Zo wordt het aantal volwassenen wat op school aanwezig is beperkt. (2)
Op woensdag is dus mijn klas thuis en doe ik andere taken. Ik ben GMR lid (de Twijn valt onder @OOZ_PR, een grote stichting in Zwolle en omgeving) en ik krijg daar taakuren voor. En ik ben de contactpersoon van het SO met de SEIN kliniek in Zwolle. (3)
Vandaag werk ik als rekenspecialist. Dit betekent dat ik op school aanwezig ben en beschikbaar ben voor vragen vanuit mijn collega’s. Ik kijk mee met lessen, of geef advies op afstand. (1)
De dinsdag begint altijd met een overleg met onze teamleider, taalspecialist en beeldcoach. Zo houden we elkaar op de hoogte van de lopende zaken. (2)
Ook ben ik gecertificeerd om een reken-diagnostisch onderzoek te doen met behulp van de RD4 methodiek. Het programma maakt de rekenontwikkeling van de leerling visueel inzichtelijk. De kleuren in het profiel geven aan wat de leerling al beheerst en op welk handelingsniveau. (3)
De Twijn bestaat uit drie afdelingen te weten SO, VSO en het expertisecentrum. Het SO en VSO bevatten samen zo’n 670 leerlingen, maar het ziet er naar uit dat wij volgend jaar opnieuw met zo’n 60 leerlingen groeien. (1)
De laatste jaren is er flinke groei geweest ondanks de verevening die we eigenlijk zouden moeten uitvoeren. (2)
Het expertisecentrum ondersteunt reguliere scholen als er een leerling met een beperking bij hen op school zit. (3)
Ik werk sinds 2015 in het onderwijs, dus ik weet niet beter dan het passend onderwijs (dat bestaat sinds 2014). Mocht je niet weten wat het is: scholen hebben sinds die tijd een zorgplicht hebben, om meer leerlingen met een diagnose in het “gewone” onderwijs te krijgen.
Minder thuiszitters, minder leerlingen op het speciaal onderwijs en een betere ondersteuning in het reguliere onderwijs. Bij mij op school heeft dat o.a. geresulteerd in een stevig zorgteam, met een zorgcoördinator, counselor, RT’er en zo nog wat taken.
Dat heeft dus ook tot gevolg dat je met enige regelmaat leerlingen in je (mentor)klas hebt met een autismediagnose, of AD(H)D, of TOS (taalontwikkelingsstoornis), of een ander “label”. Soms krijg je van ouders of zorgteam een aantal hulpmiddelen om hiermee om te gaan.
Zoals ik vanochtend schreef, geef ik geen les deze periode. Samen met een aantal andere collega’s hebben we een systeem opgetuigd om alle leerlingen in beeld te krijgen en te houden.
We hebben elke(!) leerling gebeld om te vragen hoe het thuis gaat, en of ze in alle systemen kunnen. Sommige leerlingen kunnen dat namelijk niet, en dan is het dus zaak om dat te fixen óf om ze op school te laten werken, als er bv teveel mensen in huis zijn.
Behalve dat zijn de mentoren ook scherp: iedere leerling met een absentie wordt direct gebeld: waar was je? Waarom was je niet in de les? Dat is érg scherp, maar ons inziens noodzakelijk. Soms was er iets met de wifi, soms was er iets met Magister of Teams...